Toespraak uitgesproken door Meindert Vroegindeweij op 23 januari 2012

30-1-2012

Toespraak uitgesproken door Meindert Vroegindeweij op 23 januari 2012, ter gelegenheid van de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard, waarin hij tot voorzitter is gekozen. 


 Een kleine twee jaar geleden werd er in Ridderkerk een pamflet verspreid met argumenten, waarom Nieuw Reijerwaard niet moest worden ontwikkeld als bedrijventerrein. Als schrijver van dit pamflet ken ik deze argumenten als geen ander. In brieven in de plaatselijke pers worden deze bezwaren soms nog aangehaald. Nu sta ik hier voor u als vers benoemde voorzitter van de Gemeenschappelijke regeling.

Het is geen geheim dat het Ridderkerkse gemeentebestuur in feite is gedwongen om mee te werken. Daar hoort in deze tijd natuurlijk de vraag bij: Hoe voelt dat nu?

Dat gevoel, dat wil ik met u delen. Het gevoel dat we, nu de beslissing eenmaal is genomen, er met elkaar voor moeten gaan. Rotterdam, Barendrecht en Ridderkerk. En waar we dan voor moeten gaan? Voor een voorspoedige ontwikkeling van Nieuw Reijerwaard, zodat de tuinders snel weten waar ze aan toe zijn, het agrofoodcluster ruimte krijgt zich verder te ontwikkelen. Er rekening wordt gehouden met de belangen van omwonenden. Met een goede ontsluiting op het Rijkswegennet en met voortdurende aandacht voor de financiële risico's.

Ik ben er zeker van dat zowel AB als DB deze bereidheid heeft. Sterker nog: het is onze opdracht. Een uitdagende klus, die we alleen maar kunnen doen als we het samen doen.Dat samen komt ook tot uitdrukking in het roulerend voorzitterschap. Dat ik de eerste periode voor mijn rekening mag nemen, vind ik behalve een erkenning van het feit dat het hier gaat om een ontwikkeling op Ridderkerks grondgebied ook een blijk van vertrouwen in mij persoonlijk. Ik dank u daarvoor. Laten we er samen iets moois van maken.